Groepsdynamische onderzoeken

Aronson & Mills’ Inwijdingsexperiment

Elliot Aronson en Judson Mills onderzochten in 1959 of de zwaarte van een inwijdingsritueel beïnvloedt hoe aantrekkelijk mensen de groep vinden waar ze daarna bij mogen horen.

Kern

Elliot Aronson en Judson Mills onderzochten in 1959 of de zwaarte van een inwijdingsritueel beïnvloedt hoe aantrekkelijk mensen de groep vinden waar ze daarna bij mogen horen.

Opzet en bevindingen

Vrouwelijke proefpersonen moesten een van drie “toelatingstests” doorstaan om lid te worden van een discussiegroep: geen test, een milde test, of een zware, gênante test (hardop seksueel getinte woorden voorlezen voor een groep vreemden). Daarna luisterden alle deelnemers naar dezelfde, bewust saaie en oninteressante groepsdiscussie. Vrouwen die de zware, gênante inwijding hadden doorstaan, beoordeelden deze saaie discussie systematisch als interessanter en de groep als aantrekkelijker dan vrouwen met een milde of geen inwijding.

Betekenis en kritiek

Aronson en Mills verklaarden dit vanuit cognitieve-dissonantietheorie (zie Festinger): het voelt onprettig om veel moeite te hebben gedaan voor iets waardeloos, en dat ongemak wordt opgelost door de groep achteraf aantrekkelijker te vinden dan hij objectief is (“effort justification”). Verklaart deels waarom zware selectieprocedures, ontgroeningen of pittige onboarding-trajecten leden achteraf loyaler kunnen maken aan een groep, los van de werkelijke kwaliteit van die groep. Kritiekpunt: het onderzoek gebruikte een misleidende, voor huidige ethische maatstaven twijfelachtige procedure die vandaag niet meer zonder meer zou worden goedgekeurd.

Bronnen en literatuur

Aronson, E., & Mills, J. (1959). The effect of severity of initiation on liking for a group. Journal of Abnormal and Social Psychology.

Advertentie