Kern
Jack Gibb onderzocht in 1961 waarom bepaald gedrag in een groep mensen defensief maakt (zich verdedigen, dichtklappen) en ander, vergelijkbaar bedoeld gedrag juist een open, ondersteunend klimaat schept.
De zes paren
Gibb onderscheidde zes paren gedrag die tegenover elkaar staan: evalueren versus beschrijven, controleren versus samen het probleem verkennen, een verborgen strategie hanteren versus spontaan en oprecht zijn, neutraal/onverschillig reageren versus empathie tonen, superioriteit uitstralen versus gelijkwaardigheid, en met stellige zekerheid spreken versus ruimte laten voor andere meningen. Steeds is het linkse gedrag uit elk paar iets wat mensen onbewust als een aanval ervaren (ook als dat niet de bedoeling was), waarna ze energie steken in zelfverdediging in plaats van in het gesprek zelf; het rechtse gedrag nodigt uit tot openheid. Voor elke begeleider of leidinggevende is de praktische waarde dat je met kleine taalkeuzes (“wat merk ik op” in plaats van “jij doet fout”, een vraag in plaats van een oordeel) het verschil maakt tussen een groep die dichtklapt en een groep die blijft meedenken – ongeacht de inhoud van wat je te zeggen hebt.
Bronnen en literatuur
Gibb, J.R. (1961). Defensive communication. Journal of Communication.