Kern
Richard Crutchfield ontwikkelde in 1955 een methodologisch efficiëntere variant op het conformiteitsonderzoek van Asch: geen live acteurs meer nodig, en meerdere deelnemers tegelijk te testen.
Opzet en bevindingen
Deelnemers zaten elk in een apart hokje met een paneel van lampjes en knoppen, en kregen te zien welke antwoorden de “andere deelnemers” op eenvoudige waarnemings- en meningsvragen zouden hebben gegeven – in werkelijkheid was dit gefingeerde, door de onderzoeker bepaalde feedback, niet de mening van echte medeproefpersonen. Ook zonder de sociale druk van een live groep in dezelfde ruimte conformeerden veel deelnemers zich aan deze (nep)meerderheidsmening, zelfs bij overduidelijk onjuiste of ongebruikelijke beweringen.
Betekenis en kritiek
Crutchfield liet zien dat conformiteit niet afhankelijk is van rechtstreeks sociaal contact met een aanwezige groep – alleen al de overtuiging dat anderen iets vinden is genoeg om het eigen oordeel bij te stellen. Dit maakte grootschalig conformiteitsonderzoek praktisch veel beter uitvoerbaar en relevant voor situaties waarin mensen andermans mening via een scherm of rapport te zien krijgen, zonder die ander ooit te ontmoeten. Kritiekpunt: de kunstmatige, technische setting (lampjes en knoppen in een hokje) voelt minder natuurlijk aan dan een groepsgesprek, wat de externe validiteit kan beperken.
Bronnen en literatuur
Crutchfield, R.S. (1955). Conformity and character. American Psychologist.