Wat is het & wanneer gebruik je het
Design Thinking is een iteratieve probleemoplossingsmethode, gepopulariseerd door ontwerpbureau IDEO en Stanfords d.school, met vijf fasen: empathize (de gebruiker en het probleem echt begrijpen), define (het probleem scherp formuleren), ideate (zoveel mogelijk oplossingsrichtingen bedenken), prototype (snel en goedkoop een eerste versie bouwen) en test (die versie toetsen bij echte gebruikers, en op basis daarvan opnieuw beginnen). Bruikbaar bij complexe, mensgerichte vraagstukken waarbij de eerste, voor de hand liggende oplossing waarschijnlijk niet de beste is.
Hoe voer je het uit
Begin altijd met empathize – interviews, observatie of meeleven met de eindgebruiker – vóórdat het team over oplossingen nadenkt, ook als dat traag aanvoelt wanneer de oplossing "voor de hand ligt". Wissel divergente fasen (empathize, ideate: zoveel mogelijk opties) af met convergente fasen (define, prototype: kiezen en concretiseren). Bouw een prototype dat "net goed genoeg" is om te testen, niet perfect – snelheid van leren staat voorop.
Tips voor de begeleider
De grootste valkuil is te snel naar prototype en test springen zonder de empathize- en define-fase serieus te nemen, waardoor een team een mooie oplossing bouwt voor het verkeerde probleem. Benadruk dat de fasen niet lineair zijn: een teleurstellende testronde stuurt het team vaak terug naar define of zelfs empathize, en dat is geen falen maar de bedoeling.
Bronnen en literatuur
Brown, T. (2009). Change by Design.