Kern
Clayton Alderfer herformuleerde in 1969 Maslows behoeftehiërarchie tot drie bredere categorieën: Existence (bestaanszekerheid: fysieke en materiële behoeften), Relatedness (verbondenheid: betekenisvolle relaties met anderen) en Growth (groei: persoonlijke ontwikkeling en zelfontplooiing) – vandaar de naam ERG-theorie.
Hoe het werkt & toepassing
Het belangrijkste verschil met Maslow is dat ERG geen strikte volgorde veronderstelt: mensen kunnen aan meerdere behoeftecategorieën tegelijk werken, en een onvervulde hogere behoefte (bv. groei) kan er zelfs toe leiden dat iemand tijdelijk terugvalt op een lagere behoefte (bv. meer waarde hechten aan verbondenheid) – Alderfers "frustratie-regressie"-principe. Voor teams betekent dit dat iemand die op zijn werk geen groeimogelijkheden ziet, vaak juist méér belang gaat hechten aan collegiale relaties of arbeidsvoorwaarden, niet omdat die belangrijker zijn geworden, maar als compensatie voor een gefrustreerde groeibehoefte.
Bronnen en literatuur
Alderfer, C.P. (1969). An Empirical Test of a New Theory of Human Needs.