Groepsdynamische onderzoeken

Festinger en Carlsmith-experiment

Leon Festinger en James Carlsmith leverden in 1959 het klassieke laboratoriumbewijs voor cognitieve dissonantie: proefpersonen die voor een kleine beloning tegen hun eigen…

Kern

Leon Festinger en James Carlsmith leverden in 1959 het klassieke laboratoriumbewijs voor cognitieve dissonantie: proefpersonen die voor een kleine beloning tegen hun eigen overtuiging in logen, veranderden hun eigen mening sterker dan proefpersonen die hetzelfde deden voor een grote beloning.

Opzet en bevindingen

Deelnemers voerden een saaie, eentonige taak uit en moesten daarna een wachtende volgende proefpersoon vertellen dat de taak juist erg leuk was – een leugen. De helft kreeg hiervoor 1 dollar, de andere helft 20 dollar. Achteraf gaven de deelnemers die slechts 1 dollar hadden gekregen aan de taak zelf daadwerkelijk leuker te hebben gevonden dan de groep die 20 dollar kreeg.

Betekenis en kritiek

De verklaring is dat de groep met 1 dollar geen goede externe reden had om te liegen (te weinig geld om het te rechtvaardigen), en dus de innerlijke spanning tussen "ik loog" en "ik ben een eerlijk persoon" oploste door de eigen mening aan te passen: de taak écht leuker gaan vinden. De groep met 20 dollar had wél een goede externe reden ("ik deed het voor het geld") en hoefde de eigen overtuiging niet aan te passen. Dit tegen-intuïtieve resultaat (minder beloning, meer meningsverandering) werd een schoolvoorbeeld binnen de sociale psychologie, los van Festingers latere veldstudie When Prophecy Fails. Kritiek: latere replicaties vonden het effect kleiner en minder consistent dan het origineel.

Bronnen en literatuur

Festinger, L. & Carlsmith, J.M. (1959). Cognitive consequences of forced compliance. Journal of Abnormal and Social Psychology.

Advertentie