Teammodellen

Gersicks punctuated equilibrium-model

Connie Gersick onderzocht in de jaren tachtig hoe projectteams zich daadwerkelijk ontwikkelen – en vond iets heel anders dan het klassieke, lineaire fasenmodel van Tuckman.

Gersicks punctuated-equilibrium-patroonStartfase1e stabiele periodeCalendermiddelpunt2e stabiele periodeEindspurt

Kern

Connie Gersick onderzocht in de jaren tachtig hoe projectteams zich daadwerkelijk ontwikkelen – en vond iets heel anders dan het klassieke, lineaire fasenmodel van Tuckman. In plaats van keurig na elkaar door forming, storming, norming en performing te gaan, vond ze bij vrijwel elk team hetzelfde patroon: een team vindt razendsnel een eigen werkwijze, houdt die lange tijd vast, en maakt dan precies op de helft van de beschikbare tijd – het "calendermiddelpunt" – een ingrijpende omslag. Dit patroon noemde ze punctuated equilibrium: lange periodes van stabiliteit, onderbroken door korte, intensieve transitiemomenten.

De fasen

1. Startfase
Binnen enkele minuten tot uren ontwikkelt het team een eigen, vaak uniek werkkader: hoe pakken we dit aan, wat is het probleem, hoe verhouden we ons tot de opdrachtgever. Van een aparte forming- of stormingfase is nauwelijks sprake.

2. Eerste stabiele werkperiode
Het team houdt vast aan het gevonden werkkader en is relatief gesloten voor de omgeving. Men werkt door, ook als de aanpak eigenlijk niet optimaal is.

3. Transitiefase op het calendermiddelpunt
Precies op de helft van de beschikbare tijd volgt bijna altijd een abrupte omslag: het team laat de oude werkwijze los, zoekt weer contact met de omgeving (opdrachtgever, supervisor) en herijkt doelen en aanpak.

4. Tweede stabiele werkperiode
Met het nieuwe kader werkt het team opnieuw een tijd stabiel door, tot vlak voor de deadline.

5. Eindspurt
Vlak voor de deadline stopt het genereren van nieuwe ideeën; het team focust volledig op afronden en opleveren. Emoties over het eigen functioneren zijn dan vaak uitgesproken positief of negatief.

Kernprincipes & praktische toepassing

Het model breekt met het idee dat elke groep dezelfde vaste reeks fasen doorloopt. Niet de volgorde van gedrag is voorspelbaar, maar de timing: het calendermiddelpunt werkt als een soort wekker, ongeacht of een team een week of zes maanden de tijd heeft. Er zijn drie momenten waarop een team open staat voor externe beïnvloeding: de eerste bijeenkomst, het calendermiddelpunt, en het moment vlak voor de deadline – daarbuiten is het team relatief gesloten.

Valkuilen

Als begeleider te vroeg concluderen dat een team "niet goed op gang komt" omdat het nog niet aan Tuckmans forming/storming voldoet – terwijl dit patroon voor dit type team helemaal niet te verwachten is. En: de eerste, snel gevonden werkwijze te veel als definitief beschouwen, terwijl juist de transitie op het middelpunt de kans is om bij te sturen.

Tips voor de begeleider

Plan bewust een tussenevaluatie rond het calendermiddelpunt van een project – dat is het natuurlijke omslagmoment waarop een team het meest open staat voor feedback en koerswijziging. Geef een team in de startfase ruimte om zijn eigen aanpak te vinden in plaats van een vast stappenplan op te leggen.

Bronnen en literatuur

Gersick, C.J.G. (1988). Time and Transition in Work Teams: Toward a New Model of Group Development. Academy of Management Journal.

Advertentie