Kern
Bibb Latané, Kipling Williams en Stephen Harkins onderzochten in 1979 rechtstreeks, met geluidsmetingen in plaats van alleen zelfrapportage, of mensen zich in een groep daadwerkelijk minder inspannen dan alleen.
Opzet en bevindingen
Geblinddoekte deelnemers moesten zo hard mogelijk klappen en juichen, alleen of “samen met” 1, 3 of 5 anderen (die in werkelijkheid soms niet meebewogen, zodat de individuele bijdrage apart gemeten kon worden). Naarmate de deelnemers dachten dat de groep groter was, leverde elke individuele deelnemer minder geluid per persoon – zowel wanneer ze daadwerkelijk met meer mensen klapten, als wanneer ze alleen maar dachten dat er meer mensen meededen.
Betekenis en kritiek
Dit experiment gaf de eerste harde, gedragsmatige bevestiging van wat later “social loafing” werd genoemd (zie social loafing en het gerelateerde Ringelmann-effect) – en liet zien dat het effect al optreedt puur door de gedachte “mijn bijdrage gaat toch niet opvallen”, los van daadwerkelijke groepsgrootte. Relevant voor elk team: individuele bijdragen zichtbaar en meetbaar houden vermindert dit effect. Kritiekpunt: een luidruchtige juich-taak zonder duidelijk gezamenlijk doel verschilt van veel echt teamwerk, waar het collectieve resultaat wel degelijk voelbaar belangrijk is.
Bronnen en literatuur
Latané, B., Williams, K., & Harkins, S. (1979). Many hands make light the work: The causes and consequences of social loafing. Journal of Personality and Social Psychology.