Kern
Joseph McGrath introduceerde begin jaren negentig de TIP-theorie (Time, Interaction and Performance): een groep functioneert niet als een keten van vaste fasen, maar vervult voortdurend meerdere soorten functies tegelijk – productie (de taak volbrengen), welzijn (de groep als sociaal systeem in stand houden) en het steunen van individuele leden. Deze functies uiten zich in vier "modi" die een groep kan doorlopen, niet per se in vaste volgorde.
De fasen
1. Inceptie (Modus I)
De groep formuleert doelen en kiest of genereert een aanpak – het startpunt van elk project of vraagstuk.
2. Probleemoplossing (Modus II)
De groep werkt technische en inhoudelijke problemen uit en voert het gekozen plan uit.
3. Conflictoplossing (Modus III)
Politieke en interpersoonlijke spanningen tussen leden worden besproken en opgelost.
4. Uitvoering (Modus IV)
De groep levert het feitelijke, definitieve resultaat op.
Kernprincipes & praktische toepassing
Het kernidee van McGrath is dat een groep, afhankelijk van het type project, tussen deze vier modi kan springen en zelfs meerdere tegelijk kan doormaken – een korte routinetaak vraagt bijvoorbeeld alleen inceptie en uitvoering, terwijl een complex vraagstuk telkens tussen alle vier kan schakelen. Tijd (het derde element uit de titel) is daarbij niet alleen een achtergrondvariabele maar een actief onderdeel van hoe een groep functioneert.
Valkuilen
De vier modi als vaste, lineaire fasen behandelen (eerst I, dan II, dan III, dan IV) terwijl het model juist bedoeld is als flexibel repertoire dat een groep afhankelijk van de situatie inzet.
Tips voor de begeleider
Herken in welke modus een groep op een bepaald moment vooral actief is, en stem je interventie daarop af – een groep die in modus III (conflict) vastzit, heeft iets anders nodig dan een groep die nog in modus I (doelen formuleren) zit.
Bronnen en literatuur
McGrath, J.E. (1991). Time, Interaction, and Performance (TIP): A Theory of Groups. Small Group Research.