Kern
Stanley Milgram onderzocht in 1967 hoeveel tussenpersonen nodig zijn om twee willekeurige, onbekende Amerikanen met elkaar te verbinden via hun bestaande sociale netwerk – het “kleine-wereldprobleem”.
Opzet en bevindingen
Deelnemers in Nebraska en Kansas kregen een pakketje met de opdracht dit dichter bij een onbekende doelpersoon (een effectenmakelaar in Boston) te brengen, door het alleen door te sturen naar iemand die zij persoonlijk kenden en die de doelpersoon beter zou kunnen bereiken. Van de pakketjes die de doelpersoon uiteindelijk bereikten, was de gemiddelde ketenlengte ongeveer vijf tussenpersonen – de oorsprong van het latere populaire begrip “six degrees of separation”. Opvallend was ook dat veel ketens nooit werden voltooid: deelnemers stopten de keten voortijdig, wat de gevonden ketenlengte eerder een ondergrens dan een volledig beeld maakt.
Betekenis en kritiek
Milgram toonde aan dat sociale netwerken veel “kleiner” zijn dan mensen intuïtief zouden verwachten – een paar tussenstappen via de juiste connectie kunnen enorme sociale afstanden overbruggen. Het werk legde de basis voor latere netwerktheorie over “weak ties” (zie Granovetter). Kritiekpunten: het lage voltooiingspercentage maakt de precieze gemiddelde ketenlengte methodologisch onzeker, en latere replicaties (o.a. met e-mail in plaats van post) vonden vergelijkbare maar niet identieke resultaten.
Bronnen en literatuur
Travers, J., & Milgram, S. (1969). An experimental study of the small world problem. Sociometry.