Kern
Robert Rosenthal en schoolhoofd Lenore Jacobson onderzochten in 1968 of de verwachtingen van leraren over leerlingen zichzelf kunnen laten uitkomen – het zogeheten Pygmalion-effect of self-fulfilling prophecy.
Opzet en bevindingen
Alle leerlingen van een basisschool maakten een intelligentietest, maar de leraren kregen te horen dat de test kon voorspellen wie er dat jaar een opvallende “groeispurt” zou doormaken. In werkelijkheid waren de namen van die “veelbelovende” leerlingen willekeurig gekozen, los van hun testscore. Aan het eind van het jaar bleken juist deze willekeurig aangewezen leerlingen gemiddeld sterker in IQ gegroeid dan hun klasgenoten – puur doordat leraren onbewust anders met hen omgingen: meer aandacht, warmte en uitdaging.
Betekenis en kritiek
Het onderzoek liet zien dat de verwachtingen van een leidinggevende of begeleider het functioneren van anderen daadwerkelijk kunnen beïnvloeden, ook zonder dat dit bewust gebeurt – een effect dat breed wordt toegepast op leiderschap en teamcoaching: wie het beste in mensen verwacht, haalt dat er vaker ook echt uit. Het omgekeerde, het Golem-effect (lage verwachtingen drukken prestaties), is even relevant. Methodologisch kreeg het onderzoek kritiek op de statistische verwerking en op latere replicaties die een kleiner effect vonden dan het origineel.
Bronnen en literatuur
Rosenthal, R., & Jacobson, L. (1968). Pygmalion in the Classroom: Teacher Expectation and Pupils' Intellectual Development.