Teammodellen

Remmerswaals fasenmodel

Jan Remmerswaal, auteur van het Nederlandse standaardwerk Handboek Groepsdynamica , beschrijft groepsontwikkeling in zes fasen.

1

Voorfase

Nog vóór de eerste bijeenkomst vormen deelnemers al verwachtingen en beelden over de groep, op basis van eerdere ervaringen en de aankondiging.

2

Oriëntatiefase

Deelnemers oriënteren zich op elkaar, de begeleiding en het programma; men tast de groep en de opdracht af.

3

Machtsfase

Rollen, invloed en onderlinge verhoudingen worden bevochten en uitgekristalliseerd – vergelijkbaar met de stormingfase bij Tuckman.

4

Affectiefase

Er ontstaan onderlinge banden ("bondjes"); nabijheid en persoonlijke verhoudingen worden belangrijker dan de strijd om invloed.

5

Fase van de autonome groep

De groep reguleert zichzelf: leiderschapstaken worden geleidelijk overgedragen van begeleider naar groep, en interventies komen steeds meer van de groepsleden zelf.

6

Afsluitingsfase

De samenwerking wordt afgerond; de groep en de begeleiding blikken terug op het proces.

Kern

Jan Remmerswaal, auteur van het Nederlandse standaardwerk Handboek Groepsdynamica, beschrijft groepsontwikkeling in zes fasen. Het model bouwt voort op Bions basisassumpties (dependency, fight/flight, pairing) en onderscheidt daarnaast steeds een taaklijn (het inhouds- en procedureniveau: waar werken we aan) en een proceslijn (het interactie- en bestaansniveau: wat speelt er tussen de deelnemers) – een begeleider schakelt voortdurend tussen beide.

De fasen

1. Voorfase
Nog vóór de eerste bijeenkomst vormen deelnemers al verwachtingen en beelden over de groep, op basis van eerdere ervaringen en de aankondiging.

2. Oriëntatiefase
Deelnemers oriënteren zich op elkaar, de begeleiding en het programma; men tast de groep en de opdracht af.

3. Machtsfase
Rollen, invloed en onderlinge verhoudingen worden bevochten en uitgekristalliseerd – vergelijkbaar met de stormingfase bij Tuckman.

4. Affectiefase
Er ontstaan onderlinge banden ("bondjes"); nabijheid en persoonlijke verhoudingen worden belangrijker dan de strijd om invloed.

5. Fase van de autonome groep
De groep reguleert zichzelf: leiderschapstaken worden geleidelijk overgedragen van begeleider naar groep, en interventies komen steeds meer van de groepsleden zelf.

6. Afsluitingsfase
De samenwerking wordt afgerond; de groep en de begeleiding blikken terug op het proces.

Kernprincipes & praktische toepassing

Elke fase heeft een eigen samenspel van taak- en procesniveau, en Bions vier gedragsvormen (fight, flight, pairing, dependency) helpen om te herkennen in welke fase een groep zich bevindt. Een goed begeleide groep ontwikkelt zich door tot de fase van de autonome groep, waarin de verantwoordelijkheid voor de eigen ontwikkeling steeds meer bij de groep zelf komt te liggen.

Valkuilen

Te snel naar de machtsfase interveniëren zonder de oriëntatiefase de ruimte te geven die ze nodig heeft. En: als begeleider te lang de regie vasthouden, waardoor de groep nooit echt aan de fase van de autonome groep toekomt.

Tips voor de begeleider

Gebruik het fasenmodel als gezamenlijke taal met de groep zelf: laat deelnemers benoemen in welke fase ze denken te zitten, net zoals dat bij Tuckmans model kan. Draag leiderschapstaken bewust en geleidelijk over aan de groep, in plaats van in één keer.

Bronnen en literatuur

Advertentie