Kern
Sick building syndrome is een verzameling klachten – hoofdpijn, prikkende ogen, vermoeidheid, irritatie van de luchtwegen – die opvallend vaak voorkomt bij mensen in één gebouw en die verdwijnt zodra zij dat gebouw verlaten. De Wereldgezondheidsorganisatie beschreef het verschijnsel in 1983.
Wat is het & wanneer gebruik je het
De voor de hand liggende verklaring is bouwkundig: ventilatie, temperatuur, luchtvochtigheid, stoffen uit bouwmaterialen. Die factoren spelen ook mee. Maar het onderzoek levert een ongemakkelijke bevinding op die het onderwerp thuis brengt bij de groepsdynamica: gemeten waarden – koolstofdioxide, fijnstof, formaldehyde, temperatuur – hangen vaak nauwelijks samen met het aantal gemelde klachten, terwijl werkdruk, werktevredenheid en het gevoel geen invloed te hebben op je eigen werkplek dat wél doen.
Hoe het werkt & praktische toepassing
Dat maakt de klachten niet ingebeeld – ze zijn echt en mensen worden er ziek van thuisblijven. Het betekent wel dat een gebouw zelden de hele verklaring is. Klachten verspreiden zich bovendien sociaal: zodra er over gepraat wordt, gaan collega's op dezelfde verschijnselen letten en melden er meer. Dat is hetzelfde mechanisme dat bij massahysterie speelt.
Voor wie zo'n melding op zijn bord krijgt:
- Neem de klachten serieus en laat het binnenklimaat meten. Niet meten voedt het vermoeden dat er iets verzwegen wordt.
- Kijk tegelijk naar werkdruk, reorganisatieplannen en zeggenschap over de eigen werkplek. Die staan zelden in de opdracht, maar wel vaak in de gegevens.
- Communiceer over de uitkomst, ook als er niets gevonden is. Stilte is hier de sterkste versterker.
Bronnen en literatuur
- World Health Organization (1983). Indoor air pollutants: exposure and health effects. EURO Reports and Studies 78.
- Marmot, A.F. e.a. (2006). Building health: an epidemiological study of “sick building syndrome” in the Whitehall II study. Occupational and Environmental Medicine, 63(4), 283–289.