Kern
Het similariteitsprincipe is de neiging om mensen aardiger te vinden naarmate ze meer op je lijken – in opvattingen, achtergrond, humor of uiterlijk. Het is een van de best onderzochte verschijnselen uit de sociale psychologie, en in een team zowel de motor van vertrouwen als de motor van kampvorming.
Wat is het & wanneer gebruik je het
Donn Byrne bracht het vanaf de jaren zestig in kaart met een strak opgezette reeks experimenten. Deelnemers kregen een vragenlijst van een onbekende te zien en moesten zeggen hoe sympathiek die persoon hun leek. De uitkomst was opvallend regelmatig: de sympathie nam vrijwel recht evenredig toe met het aandeel gedeelde opvattingen. Byrne noemde dat zelf de “wet van de aantrekking”.
Voor een groep is dat relevant op drie momenten: bij het samenstellen van een team, bij werving, en bij het ontstaan van subgroepen. Wie vrij mag kiezen met wie hij samenwerkt, kiest gemiddeld iemand die op hem lijkt.
Hoe het werkt & praktische toepassing
De klassieke verklaring is dat instemming belonend is: iemand die er net zo over denkt, bevestigt dat jouw kijk op de wereld klopt. Nieuwer werk legt de nadruk eerder op informatieverwerking – gelijkenis maakt de ander voorspelbaar, en voorspelbaarheid scheelt moeite.
Het praktisch belangrijkste komt uit een meta-analyse van Montoya en collega's: in kortdurende ontmoetingen voorspelt werkelijke gelijkenis de sympathie, maar in bestaande relaties doet alleen de waargenomen gelijkenis dat nog. In een team dat al een tijd bestaat, gaat het er dus niet om of mensen op elkaar lijken, maar of ze dat denken. Dat is goed nieuws voor een begeleider, want aan het tweede valt te werken.
- Laat verschillen niet samenvallen met de werkverdeling; gedeelde taken maken gedeelde ervaring.
- Maak overeenkomsten zichtbaar die niets met de functie te maken hebben – die wegen even zwaar.
- Let bij werving op het kloneffect: wie op gevoel selecteert, selecteert zichzelf.
Hoe sterk is het bewijs?
Stevig in het laboratorium, genuanceerder daarbuiten. Het effect zelf is honderden keren gevonden; de discussie gaat over de verklaring en over hoeveel het in langdurige relaties nog uitmaakt.
Bronnen en literatuur
- Byrne, D. (1971). The Attraction Paradigm. Academic Press.
- Montoya, R.M., Horton, R.S. & Kirchner, J. (2008). Is actual similarity necessary for attraction? Journal of Social and Personal Relationships, 25(6), 889–922.
- Montoya, R.M. & Horton, R.S. (2013). A meta-analytic investigation of the processes underlying the similarity-attraction effect. Journal of Social and Personal Relationships, 30(1), 64–94.