Kern
Bekendste bijdrage
Paul Hersey en Ken Blanchard ontwikkelden in de jaren zeventig het model van Situationeel Leiderschap: er bestaat geen enkele "beste" leiderschapsstijl – de juiste stijl hangt af van de taakvolwassenheid (bekwaamheid + bereidheid) van de medewerker of het team op een specifieke taak.
Hoe het werkt & praktische toepassing
Het model onderscheidt vier leiderschapsstijlen, gekoppeld aan vier niveaus van taakvolwassenheid:
S1 – Sturen (Directing)
Bij lage taakvolwassenheid: veel sturing, weinig ondersteuning – duidelijke instructies over wat, hoe en wanneer.
S2 – Coachen (Coaching)
Bij enige bekwaamheid maar wisselend vertrouwen: veel sturing én veel ondersteuning – uitleggen, overtuigen, ruimte voor vragen.
S3 – Steunen (Supporting)
Bij behoorlijke bekwaamheid maar wisselende motivatie: weinig sturing, veel ondersteuning – meedenken, aanmoedigen, verantwoordelijkheid delen.
S4 – Delegeren (Delegating)
Bij hoge bekwaamheid én motivatie: weinig sturing, weinig ondersteuning – taken en beslissingsbevoegdheid overdragen.
Valkuilen
Vasthouden aan dezelfde stijl ongeacht de taak of het teamlid – iemand kan op de ene taak zeer bekwaam zijn (S4) en op een nieuwe taak weer bij S1 beginnen. En: taakvolwassenheid verwarren met een vast persoonskenmerk, terwijl die per taak en per moment kan verschillen.
Tips voor de begeleider
Bepaal de stijl per taak, niet per persoon – dezelfde medewerker kan op verschillende taken een andere stijl nodig hebben. Bouw sturing bewust af naarmate bekwaamheid en motivatie toenemen, in plaats van blijvend te sturen uit gewoonte.
Bronnen en literatuur
Hersey, P. & Blanchard, K.H. (1969). Life Cycle Theory of Leadership.