Kern
Stewart Tubbs beschrijft een groep als een systeem: net als elk systeem heeft een groep input (wat de leden meebrengen), throughput (wat er tussen hen gebeurt) en output (wat de groep oplevert). Deze systeembenadering helpt om te begrijpen waarom twee groepen met dezelfde opdracht toch heel verschillend kunnen presteren – het verschil zit vaak niet in de taak, maar in wat leden meebrengen en hoe ze met elkaar omgaan.
De fasen
Geen tijdsfasen, maar drie elementen die een groep als systeem samen bepalen:
1. Input
Wat leden meebrengen: persoonlijkheid, achtergrond, attitudes, vaardigheden, maar ook relatief stabiele groepskenmerken zoals grootte en samenstelling.
2. Throughput
Wat er tussen leden gebeurt: communicatiepatronen, besluitvorming, conflicthantering, normen en cohesie – het feitelijke groepsproces.
3. Output
Wat de groep oplevert: de taakresultaten, maar ook sociale uitkomsten zoals tevredenheid van leden en de mate waarin de groep als groep wil blijven bestaan.
Kernprincipes & praktische toepassing
De output van een groep beïnvloedt op zijn beurt weer de input voor een volgende samenwerking (een positieve ervaring maakt leden bijvoorbeeld opener bij een volgend project) – het is dus geen rechte lijn maar een kringloop. Om een groep te begrijpen of te verbeteren, moet je alle drie de elementen bekijken: een teleurstellende output kan net zo goed liggen aan de input (verkeerde samenstelling) als aan de throughput (slechte communicatie).
Valkuilen
Een tegenvallend resultaat (output) automatisch toeschrijven aan het groepsproces (throughput), terwijl de oorzaak net zo goed in de input kan liggen – bijvoorbeeld een groep die niet over de juiste vaardigheden of informatie beschikte.
Tips voor de begeleider
Analyseer bij een tegenvallend teamresultaat systematisch alle drie de elementen, in plaats van meteen te focussen op "hoe ze met elkaar omgaan". Gebruik de output van een traject bewust als input voor het volgende, bijvoorbeeld door aan het eind te evalueren wat een volgend team zou moeten weten.