Kern
De meeste teams falen niet op gebrek aan kwaliteit maar op een handvol voorspelbare mechanismen. Ze zijn goed beschreven, komen steeds in dezelfde vormen terug, en zijn daardoor grotendeels te voorkomen.
De belangrijkste valkuilen
- Groepsdenken – de groep streeft naar eensgezindheid en houdt tegenspraak binnen. Het risico is het grootst bij hechte teams onder tijdsdruk met een uitgesproken leider.
- Conformisme – leden passen hun oordeel aan dat van de groep aan, ook als ze beter weten. Zie het Asch-experiment.
- Risky shift – een groep neemt riskantere besluiten dan de leden afzonderlijk zouden nemen.
- Meeliften – individuele inspanning zakt zodra de bijdrage niet meer herleidbaar is.
- Alleen individuen belonen – een beoordelingssysteem dat uitsluitend op persoonlijke prestaties zit, maakt samenwerking duur voor wie eraan meedoet.
- Te weinig richting – zonder helder resultaat vult een team de ruimte met proces.
- Te weinig zelfstandigheid – een team dat elke beslissing moet laten aftekenen, gedraagt zich als een werkgroep.
- Onvoldoende onderlinge afhankelijkheid – als niemand elkaar nodig heeft om zijn werk af te krijgen, ontstaat er geen team, hoeveel teambuilding je er ook tegenaan gooit.
Hoe je ze herkent
De eerste vier zijn gedragspatronen: die zie je in het overleg. De laatste vier zijn ontwerpfouten: die zitten in de opdracht, de beloning en de bevoegdheden, en zijn in een teamsessie niet op te lossen. Dat onderscheid is het nuttigste wat je met deze lijst kunt doen – het scheelt een hoop vergeefse teamdagen.
Bronnen en literatuur
- Janis, I.L. (1982). Groupthink: Psychological Studies of Policy Decisions and Fiascoes. Houghton Mifflin.
- Hackman, J.R. (2002). Leading Teams: Setting the Stage for Great Performances. Harvard Business School Press.