Kern
Groepen bestaan omdat mensen er niet buiten kunnen en omdat er werk is dat alleen samen lukt. De eerste reden is de diepste: de behoefte om ergens bij te horen is bij mensen geen wens maar een basisbehoefte, vergelijkbaar met honger.
Wat is het & wanneer gebruik je het
Evolutionair is het antwoord eenvoudig. Alleen overleefde een mens de savanne niet; in een groep wel. Wie werd uitgestoten, ging dood – en dat verklaart waarom uitsluiting nog altijd zo hard aankomt. Baumeister en Leary brachten die stelling in 1995 systematisch bij elkaar onder de naam need to belong: mensen sluiten opvallend snel banden, verzetten zich tegen het verbreken ervan, en gaan geestelijk en lichamelijk achteruit als die banden ontbreken.
Daarnaast is er de nuchtere reden: taken die de capaciteit of de kennis van één persoon te boven gaan. Een operatie, een verhuizing, een jaarrekening.
Hoe het werkt & praktische toepassing
Die twee redenen botsen vaker dan je zou denken, en dat is precies waar het in organisaties misgaat. Een team dat alleen om de taak is samengesteld – een projectgroep die na drie maanden weer uiteenvalt – voorziet niet in de eerste behoefte. Een team dat vooral gezellig is, komt aan de tweede niet toe.
Voor een leidinggevende betekent dat: ga na welke van de twee redenen in dit geval de zwaarste is, en richt de groep daarop in. Bij een taakgroep is duidelijkheid over het resultaat belangrijker dan samenhorigheid; bij een afdeling die jaren samenblijft is het omgekeerde waar. Vraag je bij elke nieuwe groep af of het werkelijk een groep moet zijn: veel werk dat in een team wordt belegd, gaat alleen sneller.
Bronnen en literatuur
- Baumeister, R.F. & Leary, M.R. (1995). The need to belong: Desire for interpersonal attachments as a fundamental human motivation. Psychological Bulletin, 117(3), 497–529.