Kern
Leon Festinger infiltreerde in 1954 samen met Henry Riecken en Stanley Schachter in een kleine Amerikaanse sekte rond Dorothy Martin, die had voorspeld dat de wereld op 21 december van dat jaar door een grote vloedgolf zou vergaan – en dat ware gelovigen daarvóór door een ruimteschip zouden worden gered.
Opzet en bevindingen
De onderzoekers deden zich voor als bekeerlingen om van dichtbij te observeren wat er zou gebeuren als de voorspelling niet uitkwam. Toen de aangekondigde nacht voorbijging zonder ruimteschip én zonder wereldeinde, gaven de leden hun geloof niet op. Integendeel: kort daarna verklaarde de groep dat hun geloof en gebeden de wereld hadden gered, en gingen ze – anders dan daarvoor – actief nieuwe leden werven en de pers opzoeken.
Betekenis en kritiek
Deze veldstudie leverde het eerste empirische bewijs voor Festingers cognitievedissonantietheorie: wanneer een sterke overtuiging keihard door de feiten wordt tegengesproken, lossen mensen de ontstane onaangename spanning vaker op door hun overtuiging te versterken en naar bevestiging te zoeken, dan door hem los te laten. Voor groepen verklaart dit waarom sommige teams of organisaties na een duidelijke mislukking juist hardnekkiger aan een verkeerde koers vasthouden. Kritiekpunten: de onderzoekers observeerden slechts één kleine groep, grepen door hun eigen aanwezigheid mogelijk in op de dynamiek die ze bestudeerden, en konden niet elk gesprek binnen de sekte vastleggen.
Bronnen en literatuur
Festinger, L., Riecken, H.W., & Schachter, S. (1956). When Prophecy Fails: A Social and Psychological Study of a Modern Group that Predicted the Destruction of the World.