Interventies & werkvormen

Besluitvorming

Wat is het & wanneer gebruik je het Besluitvorming is een belangrijk onderdeel van het groepsproces: overal waar mensen samenwerken, worden gezamenlijk besluiten genomen.

Wat is het & wanneer gebruik je het

Besluitvorming is een belangrijk onderdeel van het groepsproces: overal waar mensen samenwerken, worden gezamenlijk besluiten genomen.

Hoe voer je het uit

Een groep kan op verschillende manieren tot een beslissing komen.

1. Het rationele model kent vier fasen van besluitvorming:

  1. Oriëntatie
    – a. Probleemdefinitie
    – b. Planning van het proces
  2. Discussie

    "Truly successful decision making relies on a balance between deliberate and instinctive thinking"

    Malcolm Gladwell

    – a. Informatie verzamelen
    – b. Alternatieven identificeren
    – c. Alternatieven evalueren
  3. Besluitvorming
    – a. Het kiezen van een geschikt besluitvormingsmodel
  4. Implementatie
    – a. Vasthouden aan de gekozen beslissing
    – b. Evalueren van de gekozen beslissing

2. Het beperkt-rationele model neemt, in tegenstelling tot het rationele model, genoegen met een "voldoende goede" (satisficing) oplossing: in de praktijk worden altijd oplossingen gekozen onder onvolledige informatie en met beperkte middelen, omdat een ideale oplossing – waarin alle alternatieven en afwegingen worden meegewogen – te veel tijd en geld zou kosten. Er wordt daarom volstaan met een oplossing die voldoet binnen de grenzen van acceptatie die daarvoor zijn aangegeven.

3. Het politieke model (partijenmodel) ziet de uiteindelijke beslissing als een reflectie van de invloed, politiek en lobby die binnen de groep wordt uitgeoefend: niet per se het beste besluit wordt gekozen, maar het besluit van degene met de meeste politieke macht.

"Om iets voor elkaar te krijgen, moet een commissie uit niet meer dan drie mensen bestaan van wie er twee afwezig zijn."

Copeland, Robert

Tips voor de begeleider

De effectiviteit van een groepsbeslissing wordt beïnvloed door: het delen van informatie (bereid zijn ideeën en gedachten te delen), planning (het formuleren van SMART-doelen), kritische evaluatie (kritisch de alternatieven beoordelen), positieve communicatie (aanmoedigen een bijdrage te leveren aan het proces), commitment aan de groep (bereid zijn voor de groep te werken), monitoring van de taakuitvoering (het beoordelen van de voortgang van het proces) en samenwerking (teamleden die interactie vertonen en elkaar wederzijds helpen). (Bron: Jehn & Shah, Interpersonal relationships and task performance, 1997)

Groepsfenomenen


Besluitvormingsmethoden volgens Tannenbaum en Schmidt
1.leider neemt alle beslissingen (directief leiderschap)
2.leider vraagt medewerkers om informatie, maar neemt zelf beslissing
3.leider overlegt met zijn medewerkers en men beslist gezamenlijk
4.leider laat beslissing over aan zijn medewerkers (participatief leiderschap)

Advertentie