Wat is het & wanneer gebruik je het
Brainstormen is een methode om ideeën te genereren, individueel of in een groep. Door te brainstormen in een groep kun je gebruikmaken van elkaars creativiteit: associaties, connecties en combinaties van afzonderlijke ideeën leiden tot nieuwe. Zet het in wanneer een groep vastzit in gewoonlijke denkpatronen of wanneer u breed wilt verkennen voordat u toewerkt naar een oplossing.
Hoe voer je het uit
Twee bruikbare varianten: bij de zes denkhoeden van De Bono bekijkt de groep een vraagstuk na elkaar vanuit zes invalshoeken – wit (feiten), rood (gevoel/intuïtie), zwart (risico’s), geel (kansen), groen (creativiteit) en blauw (proces/overzicht). Bij omgekeerd brainstormen stelt u niet de vraag “Hoe lossen we X op?” maar “Hoe zouden we X juist erger kunnen maken?” – de slechtste ideeën draait u vervolgens om tot oplossingen.
Tips voor de begeleider
Hanteer strikt: geen oordeel tijdens het genereren van ideeën. Ga eerst voor kwantiteit, kwaliteit komt later. Laat deelnemers voortbouwen op elkaars ideeën (“ja, en…” in plaats van “ja, maar…”).
Do’s and Don’ts
Do’s
- Maak pas aan het einde van een brainstormsessie onderscheid tussen de goede en slechte ideeën.
- Openheid binnen de groep, privacy naar buiten
- Tijdens een brainstormsessie zijn er geen stomme ideeën, wel ideeën die op het eerste gezicht onbruikbaar lijken maar die nader moeten worden bestudeerd
- Zorg voor een ontspannen sfeer
- Oefen het brainstormen. Brainstormen moet worden aangeleerd
Valkuilen
- Weinig nieuwe ideeën door gebrek aan vertrouwen en angst voor kritiek
- Een te kritische, defensieve houding
- Onderbrekingen, vragen en uitleg: ze breken het brainstorm-ritme
- Er moet taakgericht te werk gegaan worden; het brainstormen mag niet uitmonden in een reeks grappige maar dwaze ideeën
- Te ruime definiëring van het probleem, zodat de geformuleerde ideeën niet concreet genoeg zijn.