Wat is het & wanneer gebruik je het
Cognitieve dissonantie (cognitive dissonance) is het onprettige gevoel dat ontstaat als ons gevoel in tegenspraak is met onze gedachten of mening. De reactie die hierop optreedt is het belangrijkst: we proberen ons gevoel en onze ratio weer met elkaar in overeenstemming te brengen.
Een voorbeeld: je wordt gevraagd deel uit te maken van het managementteam van de organisatie. Dit is voor jou een grote stap in je carrière en een hele eer. Al je collega's kijken hoog op naar het “MT”, als club van wijze heren. Na een paar bijeenkomsten te hebben bijgewoond, blijkt het gewoon een “borrelpraat-clubje” te zijn. Je ervaart cognitieve dissonantie. De oplossing: je houdt vast aan het feit dat het een zeer professioneel team is, of je zegt dat het misschien niet zo'n professioneel team is, maar wel heel gezellig – en dat is toch eigenlijk het belangrijkste.
Als medewerkers een grote bijdrage leveren aan de groep waarin zij werken, leidt dat vaak tot een grotere “commitment” aan die groep. De theorie van de cognitieve dissonantie verklaart waarom. De twee opvattingen over de groep – “ik heb geïnvesteerd in de groep” en “de groep kost ook veel tijd en energie” – zijn dissonant, niet met elkaar in overeenstemming. Een van de manieren waarop dit ongemakkelijke gevoel bestreden wordt, is door de gedachte dat de groep ook veel moois oplevert. Zo ontstaat verhoogd commitment aan de groep.
Voorbeeld
Je wordt gevraagd deel uit te maken van het management team in de organisatie. Dit is voor jou een grote stap in je carriere en een hele eer. Al jouw collega’s kijken hoog op naar het ‘MT’, als club van wijze heren. Na een paar bijeenkomsten bijeengewoond te hebben, blijkt het gewoon een “borrelpraat-clubje” te zijn. Je ervaart cognitieve dissonantie. De oplossing: je zult: 1. vasthouden aan het feit dat het een zeer professioneel team is, of 2. je zult zeggen dat het misschien niet zo’n professioneel team is, maar wel heel gezellig, en dat is toch eigenlijk het belangrijkste.
Impact voor werken in groepen
Als medewerkers een grote bijdrage leveren aan de groep waarin zij werken, leidt dat dikwijls tot een grotere ‘commitment’ aan die groep. De theorie van de cognitieve dissonantie verklaart het waarom. De twee opvattingen over de groep “ik heb geinvesteerd in de groep” en “de groep kost ook veel tijd en energie” zijn dissonant (niet in overeenstemming met elkaar). een van de manieren waarop dit ongemakkelijke gevoel bestreden wordt is door de gedachte dat de groep hem ook veel moois oplevert. Zie hier het verhoogde commitment aan de groep.