Wat is het & wanneer gebruik je het
In een onderzoeksfase is het van belang dat er goed en effectief wordt doorgevraagd. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen in eerste instantie informatieve vragen en vervolgens reflectieve vragen. Informatieve vragen helpen om duidelijkheid te geven over de exacte omstandigheden bij het probleem. Dit nodigt de geïnterviewde uit om vanuit zijn of haar eigen gezichtspunt naar de situatie te kijken.
Hoe voer je het uit
Vervolgens zijn er reflectieve coachingsvragen, zoals:
- Als het mogelijk zou zijn, wat zou je aan een ander veranderen?
- Als het mogelijk zou zijn, wat zou je aan jezelf veranderen?
- Als je van bovenaf neerkijkt op je situatie, wat zie je dan?
- Verplaats je eens in de situatie van je tegenspeler: hoe zou jij je voelen als je in zijn schoenen stond?
Wanneer de geïnterviewde niet duidelijk is over de situatie, is het van belang om verder door te vragen totdat het voor jezelf duidelijk is. Eventueel kan het helpen om extra tijd te bieden.
Tips voor de begeleider
Bij het stellen van de vragen is het van belang dat vragen niet worden gecombineerd en dat er geen ruimte is voor een andere interpretatie. Wees verder alert op vaagheden, subjectieve uitlatingen, aannames, algemene waarheden en formuleringen met ‘moeten’ of ‘kunnen’: deze taalpatronen verhullen vaak waardevolle informatie. Let op wat de ander zegt, en op wat hij níet zegt. Zo krijg je meer informatie los.