Interventies & werkvormen

Intervisie

Wat is het & wanneer gebruik je het Intervisie is een begeleidings- en leervorm waarbij een of meerdere medewerkers een praktijkprobleem inbrengen waar zij in hun werk tegenaan…

Wat is het & wanneer gebruik je het

Intervisie is een begeleidings- en leervorm waarbij een of meerdere medewerkers een praktijkprobleem inbrengen waar zij in hun werk tegenaan lopen – kortom, werkgerelateerd probleemoplossen tussen gelijken in de organisatie. Voorbeelden van intervisiemethoden zijn de Balintmethode (geeft inzicht in je eigen blinde vlekken), de winst-van-succesmethode (geeft inzicht in succesfactoren), de roddelmethode (maakt de inbrenger bewust van zijn eigen denken, voelen en handelen) en de e-mailmethode (een gestructureerde, intensieve aanpak op afstand, zonder direct contact).

Hoe voer je het uit

Intervisie vindt idealiter plaats onder begeleiding van een onafhankelijke procesbegeleider, die de bijeenkomst in goede banen leidt en ervoor zorgt dat de deelnemers het intervisieprotocol volgen, zonder zelf inhoudelijk deel te nemen. Een veelgebruikt basismodel voor het intervisiegesprek doorloopt de volgende fasen:

Fase 0 – Voorbereiding: de inbrenger nodigt zijn intervisiegroepje ongeveer twee weken van tevoren uit, zorgt voor een geschikte ruimte en nodigt ook een intervisiebegeleider uit.
Fase 1 – Introductie: iedereen wordt bijgepraat – hoe zit iedereen erbij na de vorige keer, wat is er gebeurd met de adviezen van het toen ingebrachte werkprobleem – waarna ieder nadenkt over het werkprobleem dat hij wil inbrengen; de problemen worden vervolgens geïnventariseerd, bijvoorbeeld door ze op te schrijven, uit te tekenen of te beschrijven.
Fase 2 – Kiezen van een werkprobleem: op grond van urgentie of emotie, een probleem dat voor iedereen aansprekend is, of gewoon om de beurt.
Fase 3 – Analyseren van het probleem: de inbrenger vertelt uitgebreid over zijn werkprobleem, de groep stelt informatieve vragen en vraagt door zonder te interpreteren, oordelen of suggereren.
Fase 4 – Bewustwording: het werkprobleem wordt geherformuleerd, de analysefase wordt afgerond met een adviesronde en het bespreken van inzichten, en er wordt een actieplan gemaakt.
Fase 5 – Bespreken van het groepsthema: bepaal welke persoonlijke betrokkenheid ieder heeft bij het ingebrachte probleem, formuleer op grond daarvan het groepsthema, bespreek de ontstane inzichten en leg de relatie tussen het hier-en-nu en het daar-en-toen.
Fase 6 – Evaluatie en vervolgafspraken: hoe heeft ieder de bijeenkomst ervaren, welke persoonlijke leeropbrengst is er, hoe beviel de gebruikte werkwijze, en welke afspraken worden er gemaakt voor de volgende keer.

Tips voor de begeleider

“Je kunt ontdekken of een man slim is door zijn antwoorden; je kunt ontdekken of hij wijs is door zijn vragen”, aldus Naguib Mahfouz. Bewaak in fase 3 vooral het onderscheid tussen doorvragen en interpreteren, oordelen of suggereren – dat is waar intervisie staat of valt.

Organisatie van de intervisie


Idealiter vindt intervisie plaats met behulp een onafhankelijk procesbegeleider. De procesbegeleider leidt de bijeenkomst in goede banen en zorgt dat de deelnemers het intervisieprotocol volgen. De procesbegeleider neemt niet inhoudelijk deel aan de intervisie.

“Je kunt ontdekken of een man slim is door zijn antwoorden; je kunt ontdekken of hij wijs is door zijn vragen”.

Naquib Mahfouz

Basismodel voor het intervisiegesprek
Fase 0 De voorbereiding
-De afstudeerder nodigt zijn intervisiegroepje uit, ongeveer 2 weken voor de planning van de bijeenkomst.
-De afstudeer zorgt hierbij voor een geschikte ruimte
-De afstudeer nodigt ook een intervisiebegeleider uit, bijvoorbeeld een medestudent die ook de workshop Intervisie tijdens afstuderen gevolgd heeft.

Fase 1 Introductie op de bijeenkomst
-iedereen afhalen. Hoe zit iedereen erbij na de vorige keer? Wat is er gebeurd met de adviezen van het toen ingebrachte werkprobleem? Kunnen we starten?
-Nadenken over het werkprobleem dat ieder wil inbrengen
-Hierna worden de problemen geïnventariseerd (varianten: opschrijven, uittekenen, profielbeschrijving)

Fase 2 Uitkiezen van een werkprobleem. Kies een werkprobleem uit op grond van de volgende criteria:
-urgentie en/of emotie
-een algemeen aansprekend probleem dat voor iedereen speelt
-om de beurt een probleem inbrengen

Fase 3 Analyseren van het persoonlijke werkprobleem
-De inbrenger vertel uitgebreid over zijn/ haar werkprobleem
-De groep stelt informatieve vragen
-Doorvragen: niet interpreteren, oordelen, suggereren

Fase 4 Bewustwording
-Herformuleer het persoonlijke werkprobleem
-Rond de analysefase af met:
oEen adviesronde
oBespreken van inzichten (reflectie)
-Maak een actieplan

Fase 5 Bespreken van het groepsthema
-Bepaal welke persoonlijke betrokkenheid ieder heeft op het ingebrachte probleem
-Formuleer op grond hiervan het groepsthema
-Bespreek inzichten die ontstaan zijn (inzichten, reflectie)
-Leg de relatie van hier en nu naar daar en dan

Fase 6 Evaluatie en vervolgafspraken
-Hoe heb je de bijeenkomst ervaren?
-Welke persoonlijke leeropbrengst is er?
-Hoe beviel de werkwijze/ gebruikte methode?
-Afspraken voor de volgende keer
 

Bronnen en literatuur

Advertentie