Wat is het & wanneer gebruik je het
Het johari-venster (Joseph Luft en Harry Ingham) is ontwikkeld om mensen te helpen communicatie beter te begrijpen. Bij het tekenen van het venster geef je aan welke informatie andere mensen wel en niet van je te weten krijgen. Het helpt je beter te begrijpen hoe je informatie naar elkaar geeft en van elkaar ontvangt, en kan zowel op een individu als op een team worden toegepast – denk aan informatie over ervaring, bedoelingen, gevoel, zienswijzen, houdingen en motivatie.
Hoe voer je het uit
Je tekent het venster met vier kwadranten:
- Open ruimte (Arena): informatie waar beiden over beschikken en waarover je met elkaar kunt communiceren – bijvoorbeeld de waarneming van uiterlijke kenmerken.
- Verborgen gebied (facade): informatie die bij jezelf bekend is, maar onbekend of geheim voor anderen – bijvoorbeeld waar je van houdt, wat je voelt of je geheimen. Geef je hierover feedback of informatie aan anderen, dan wordt het verborgen gebied kleiner en de open ruimte groter.
- Blinde vlek: informatie die anderen over jou hebben, maar die bij jezelf niet bekend is – bijvoorbeeld een slechte adem, of gevoelens die iemand over je heeft. Je verkleint je blinde vlek door feedback of informatie te vragen; wie die feedback geeft, vergroot daarmee zijn eigen open ruimte.
- Onbekend gebied: hier is geen ruimte voor communicatie of feedback, omdat jij en de ander zich hiervan niet bewust zijn.
Tips voor de begeleider
Het doel is om de open ruimte zo groot mogelijk te maken door aan jezelf te werken, en zo de blinde vlek en de facade zo klein mogelijk te houden.
Voor meer informatie, kijk ook hier.